De toekomst van de metaal- en machinebouwsector zal niet alleen bepaald worden door sterkere machines of slimmere software. Ze zal vooral afhangen van de mensen die erin slagen om technologie, processen en vakkennis met elkaar te verbinden. Automatisering maakt de rol van de mens dus niet kleiner. Integendeel, de multidisciplinaire machinevloer van morgen vraagt net om meer expertise. Wij brachten een panel van experts rond de tafel voor een uitgebreid gesprek.
Hedendaagse machineparken zijn uitgegroeid tot complexe knooppunten van vooruitstrevende technologieën. “Pakweg vijftien jaar geleden was onze sector eerder een kabbelende beek, vandaag is het een snelstromende rivier”, vat Filip Tuypens van Fanuc, een wereldwijde voortrekker op het gebied van industriële automatisatie, de transitie samen. Tegelijkertijd dwingt de economische realiteit de spelers in deze markt om zeer bewust om te gaan met de beschikbare middelen. Bovendien blijft ook het verwachtingspatroon van hun klanten verder evolueren. Innovatie is dus levensnoodzakelijk, maar een misstap is in zo’n vernieuwingstraject uit den boze.
Concreet wordt er vooral meer flexibiliteit en betrouwbaarheid gevraagd. Dit verwachtingspatroon inlossen kan enkel door je als bedrijf nog slimmer en wendbaarder te organiseren. Dat betekent in veel gevallen: op meerdere spelborden tegelijk spelen en dus nieuwe sectoren verkennen. De scheepsbouw, de luchtvaart en defensie worden bijvoorbeeld als de belangrijkste groeimotoren van het moment beschouwd.
“Daarnaast moet je onvermijdelijk nadenken over verdere automatisering. Machines moeten simpelweg langer autonoom kunnen draaien. Hierdoor moeten operators minder repetitieve handelingen uitvoeren en kunnen productieprocessen worden omgesteld”, stelt Wim Bogaerts van Okuma, wereldleider in CNC-bewerkingsmachines en optimalisatie van bewerkingsprocessen. “Als we op de klassieke manier blijven produceren, zullen we hoe dan ook voorbijgestoken worden. We moeten kiezen voor dit pad als we een toekomst willen voor onze maakindustrie”, vult Tuypens aan.

Ook de rol van machineleveranciers is hierdoor de voorbije jaren grondig hertekend. Vandaag verwachten klanten begeleiding in het volledige traject: van de keuze van de machine tot de automatisering eromheen, de softwarematige aansturing, de koppeling met meetsystemen en de opleiding van mensen. “Machineontwikkeling is een gegeven geworden waarin eigenlijk alles kan. Het verschil zit hem in hoe je de mogelijkheden gaat uitspelen door ze te integreren in je bedrijfsvoering. In dat traject streven we naar maximale ontzorging”, gaat Wim Bogaerts verder.
De echte vernieuwing zit niet langer uitsluitend in de machine zelf, maar in alles wat eromheen gebeurt. Kortom, in de slimme verbinding tussen technologieën ligt vandaag de crux van de metaal- en machinebouwsector. En net daarin schuilt voor de Belgische en Europese maakbedrijven de belangrijkste kans. Zij moeten – ook door de aanwezigheid van goedkopere, buitenlandse concurrentie – durven te kiezen voor hoge complexiteit en lagere volumes.
Dat er uit politieke hoek steeds meer aandacht is voor industriebeleid en strategische autonomie, speelt de sector in de kaart. Maar, zo klinkt het haast unaniem, dat kan alleen tot resultaten leiden als er vertrokken wordt vanuit een sterk geloof in wat de eigen Belgische machine- en metaalsector samen als geheel kan realiseren.
“Met andere woorden, samenwerkingen opzetten met partners is simpelweg nodig, maar dat is ook net wat onze sector zo boeiend maakt”, verduidelijkt Willem Meert van MEMA Machinery & Tools, invoerder van machines, toebehoren en gereedschappen voor de metaalindustrie. Net daarom moet de sector nog meer leren redeneren als een multidisciplinair ecosysteem van machinebouwers, integratoren, softwareleveranciers, onderwijsinstellingen en eindklanten.
“Klanten zoeken nog altijd betrouwbare partners die dichtbij staan, snel kunnen schakelen en een hoog serviceniveau bieden. Daar kan een lokaal ecosysteem het verschil maken”, verduidelijkt Miquel Van Bellinghen van DMG Mori, een internationale speler inzake verspaning en metaalbewerking.
Wellicht de allergrootste uitdaging hierin is en blijft – ook in hoogtechnologische tijden – menselijk van aard. De sector heeft immers nood aan mensen die deze moderne productieomgevingen willen vormgeven. Een actualisering van het opleidingsaanbod dringt zich wel meer dan ooit op. “Het huidige aanbod, zeker in het middelbaar onderwijs, redeneert nog te veel vanuit de klassieke vakjeslogica en maakt bijvoorbeeld nog duidelijk onderscheid tussen mechanica en elektriciteit. Maar we hebben net mensen nodig die kunnen vertrekken vanuit reële productieprocessen en dus van alle verschillende markten thuis zijn”, stelt Willem Meert. “Het gat tussen wat er geschoold wordt en de noden van de klant is groter geworden, en dus moeten we onszelf daarin opnieuw gaan heruitvinden. Over die uitdaging zijn we het allemaal eens. Dat is uiteraard ook een kwestie van beeldvorming. Kijk naar wat er momenteel gebeurt rond defensie, waar men erin is geslaagd een positief beeld op te hangen dat mensen enthousiast maakt om in dit verhaal te stappen. Dat moeten wij ook proberen te doen: tonen dat er toekomst zit in onze sector”, besluit Wim Bogaerts.
We hadden een podcastgesprek met deze experts, naar aanleiding van de beurs Machineering NextGen Experience. Je kunt het beluisteren via www.metaalvak.be.